opgave 1Lampjes
In de figuur op de bijlage is een schematische voorstelling gegeven van drie gelijke
lampjes,een spanningsbron en een aantal verbindingsdraden.
11pTeken in deze figuur de ontbrekende draden,zodat er een serieschakeling ontstaat van de
drie lampjes.
In de figuur op de bijlage is nogmaals de schematische voorstelling gegeven van drie
gelijke lampjes,een spanningsbron en een aantal verbindingsdraden.
21pTeken in deze figuur de ontbrekende draden,zodat er een parallelschakeling ontstaat van
de drie lampjes.
opgave 2Ventilatie
In Engelse kolenmijnen zorgde men vroeger wel voor goede ventilatie in de ondergrondse
gangen door onder in één van de verticale mijnschachten een vuur te stoken.In figuur 1 is
dat schematisch weergegeven.
32pLeg uit hoe dit ventilatiesysteem werkt.
opgave 3Apparaten in de keuken
Na een verhuizing zijn in de nieuwe keuken de volgende elektrische apparaten
aangesloten:
• een wasmachine (230 V;2800 W maximaal)
• een gasfornuis met elektrische oven (230 V;1000 W).
In de keuken zijn vier geaarde stopcontacten met 230V.De wasmachine en het fornuis
zijn aangesloten op de manier die is aangegeven in figuur 2.
figuur ontleend aan:Natuurkunde in de praktijk getoetst,uitgave NIB,Zeist
In de meterkast zitten de smeltveiligheden (stoppen) van 16A behorend bij verschillende
groepen.De stopcontacten zijn niet alle vier op dezelfde groep aangesloten.Zie figuur 2.
42pn Wat is de functie van een smeltveiligheid?
A de stop te laten springen wanneer er minder stroom wordt afgevoerd dan aangevoerd
B het voorkomen dat de buitenkant van een apparaat onder spanning komt te staan
C het voorkomen van kortsluiting in het apparaat
D het voorkomen van overbelasting
De afzuigkap heeft een vermogen van 150 W.Men wil de afzuigkap inschakelen terwijl de
beide andere apparaten ook aan staan.
54pLaat met behulp van een berekening zien of dat zowel in stopcontact 1 als 2 kan zonder
dat de smeltveiligheid doorsmelt.
De stopcontacten zijn voorzien van randaarde.
62pn Wat is de functie van deze randaarde?
A de stop te laten springen wanneer er minder stroom wordt afgevoerd dan aangevoerd
B het voorkomen dat de buitenkant van een apparaat onder spanning komt te staan
C het voorkomen van kortsluiting in het apparaat
D het voorkomen van overbelasting
opgave 4De vochtvreter
De familie Van Oorschot heeft een nieuw huis gekocht.Ze hebben pech:na een dag
springt de watermeter kapot.Zelfs na veel dweilen is de vloer nog steeds erg nat.Om de
vloer sneller droog te krijgen huren ze een vochtvreter.Dit elektrische apparaat haalt de
waterdamp uit de lucht.Dat gaat als volgt.De vochtige lucht wordt het apparaat
ingezogen.Deze lucht wordt afgekoeld waardoor de waterdamp vloeibaar wordt.
Het water loopt dan via een slangetje in een emmer.
72pn Hoe heet de fase-verandering waarbij waterdamp vloeibaar wordt?
Komt er bij die fase-verandering warmte vrij?
fase-verandering warmte vrij
A condenseren ja
B rijpen ja
C stollen ja
D condenseren nee
E rijpen nee
F stollen nee
De verzekering betaalt de huur en de energiekosten van het apparaat.Op het typeplaatje
staat het volgende:
spanning 230 V
stroomsterkte 10 A
frequentie 50 Hz
Het apparaat staat twee weken lang dag en nacht aan.Eén kWh kost ƒ 0,20.
84pBereken hoeveel gulden aan energiekosten de familie Van Oorschot aan de verzekering
moet opgeven.
opgave 5Een gieter
Werken in de tuin is tamelijk vermoeiend.Dat geldt zeker voor het dragen van een gieter
met water.Daarom is het een voordeel dat de ouderwetse zinken gieter en emmer zijn
vervangen door voorwerpen van plastic.
De dichtheid van zink kun je opzoeken,die van plastic is 1,1·103 kg/m3 .
Neem aan dat een zinken gieter met een massa van 2,5 kg wordt vervangen door een
plastic gieter van dezelfde vorm en dikte.
94pBereken hoeveel massa je minder behoeft te tillen als je de plastic gieter neemt.
opgave 6Koken op benzine
Karin en Johan gaan kamperen.Voor hun benzinebrander kopen ze een literfles benzine.
Karin vraagt zich af,hoeveel water je met behulp van deze benzine kunt verwarmen.
Je mag aannemen dat alle warmte van de benzinebrander naar het water gaat.
105pBereken hoeveel water van 20 C je op deze wijze met een liter benzine tot het kookpunt
kunt verwarmen.
opgave 7Een spanningsmeter
Een spanningsmeter geeft een bepaalde uitslag.Zie figuur 3.
112pn Welke waarde geeft de spanningsmeter aan?
A 0,10 V
B 0,20 V
C 0,25 V
D 0,50 V
E 1,0 V
opgave 8De elektrische bel
In figuur 4 is een elektrische bel schematisch weergegeven.
De klepel PR is van verend metaal gemaakt,waardoor die van links naar rechts kan
bewegen.Op de klepel zit een ijzeren blokje S tegenover contact Q.Nicole drukt de
schakelaar in waardoor de bel gaat rinkelen.
124pLeg uit waarom de bel gaat rinkelen als Nicole de schakelaar indrukt.
opgave 9Pingpongballen
Bij een proefje over elektrische lading hangen op een bepaald tijdstip twee
pingpongballen in rust aan nylon draad zoals getekend is in figuur 5.
132pn Welke bewering over de lading van de pingpongballen is juist?
A Beide ballen zijn elektrisch neutraal.
B De ballen hebben dezelfde lading.
C De ene bal is geladen,de andere niet.
D De ene bal is positief geladen,de andere negatief.
opgave 10Een overbrenging
Een boer bezit een aardappel-sorteermachine.Daarbij wordt de beweging van de
elektromotor P via een aandrijfwiel Q overgebracht naar het aandrijfwiel R.Zie figuur 6.
142pn Vergelijk het toerental van wiel R met wiel P.
A Het toerental van R is lager.
B Het toerental van R is evengroot.
C Het toerental van R is hoger.
152pn Vergelijk de omtreksnelheid van wiel Q met de omtreksnelheid van wiel P.
A De omtreksnelheid van wiel Q is kleiner dan van wiel P.
B De omtreksnelheid van wiel Q is evengroot als die van wiel P.
C De omtreksnelheid van wiel Q is groter dan van wiel P.
opgave 11Het oor van Vincent
Vincent van Gogh heeft in 1888 in wanhoop de onderkant van een oor afgesneden.
Enige tijd later heeft hij het zelfportret uit figuur 7 geschilderd,waarbij zijn oor in het
verband zit.
Bij het maken van het zelfportret heeft Vincent van Gogh zijn spiegelbeeld geschilderd.
Op de bijlage zie je zijn hoofd zonder verband schematisch weergegeven.
162pTeken in het bovenaanzicht op de bijlage de lichtstraal die vanaf punt P via de spiegel naar
het oog O1 gaat.
In de situatie die op de bijlage is getekend kun je nagaan of Vincent met beide ogen het
spiegelbeeld van P in de spiegel kan zien.
172pn Kan Vincent ook met oog O2 Is het spiegelbeeld van P
het spiegelbeeld van P zien? reëel of virtueel?
A ja reëel
B ja virtueel
C nee reëel
D nee virtueel
Over het beschadigde oor van Vincent van Gogh worden twee uitspraken gedaan.
182pn Welke van deze uitspraken is of zijn juist?
1 Op het schilderij lijkt het rechteroor van Vincent beschadigd.
2 Vincent heeft zijn linkeroor beschadigd.
A geen van beide
B alleen 1
C alleen 2
D zowel 1 als 2
opgave 12Een platte lens
Kees heeft een relatiegeschenk gekregen.Het is een doorzichtig,plastic kaartje ter grootte
van een PIN-pas of creditcard.Het kaartje is zo gemaakt,dat het als een lens werkt.Zie
figuur 8.
Om het kaartje als een lens te laten werken,is het op een speciale manier gevormd.
In figuur 9 is dat in een dwarsdoorsnede schematisch vergroot weergegeven.
In figuur 10 is vier keer een stralengang van twee evenwijdig invallende lichtstralen door
het kaartje getekend.
192pn In welke van deze tekeningen is de breking door het kaartje juist aangegeven?
A in tekening A
B in tekening B
C in tekening C
D in tekening D
Kees ontdekt dat hij met het kaartje een scherp beeld van het lampje in zijn bureaulamp
kan projecteren op zijn bureaublad.
Op de bijlage is die situatie schematisch weergegeven.Deze tekening is niet op schaal.
203pBepaal in de figuur op de bijlage door een constructie de plaats van het beeld van de lamp
op het bureaublad.Geef dat beeld duidelijk aan.
Het lampje bevindt zich 49 cm boven het bureaublad.Voor een scherp beeld heeft Kees
het kaartje 37 cm boven het blad gehouden.
214pBereken de brandpuntsafstand van de platte lens.
opgave 13Veiligheidszitje voor peuters
In een auto hebben jonge kinderen veel kans om tijdens een botsing een nekbeschadiging
op te lopen.Om dit risico te verminderen,wordt het zitje,tegen de rijrichting in,op de
voorstoel bevestigd.De peuter zit bovendien vast met veiligheidsriemen.Zie figuur 11.
Auto’s hebben vooral botsingen aan de voorkant en aan de achterkant.
222pn Bij welke soort(en) botsing(en) is de peuter door deze positie van het zitje extra goed
beschermd?
A alleen bij een botsing aan de achterkant
B alleen bij een botsing aan de voorkant
C zowel bij een botsing aan de voorkant als bij een botsing aan de achterkant
opgave 14Touwtje springen
Jeroen is dol op chocoladerepen.De opengevouwen wikkel van een reep is in figuur 12
voor de duidelijkheid vergroot afgebeeld.
Jeroen heeft een massa van 70 kg.Hij wil niet dikker worden door de chocola.Hij besluit
daarom om iedere dag touwtje te gaan springen.
232pWelke energie-omzetting wil Jeroen benutten om slank te blijven?
Neem aan dat Jeroens lichaam de energie uit de reep met een rendement van 30% omzet
in de energie waarmee hij van de grond vertrekt.
Jeroen vertrekt bij elke sprong van de grond met een energie van 35 J.
244pBereken hoeveel sprongetjes Jeroen moet maken om de energie van één zo’n reep op te
gebruiken.
253pBereken hoe hoog Jeroen komt als hij met 35 J aan energie van de grond vertrekt.
opgave 15Ionen
262pWat is het verschil tussen een ion en een atoom?
Ionen kunnen ontstaan als gevolg van ioniserende straling.
272pn Welke soort straling wordt ook wel ’ioniserende straling’ genoemd?
A radioactieve straling
B infrarood straling
C ultraviolet straling
opgave 16Brommerlawaai
Hans meet de geluidssterkte van zijn stilstaande brommer met draaiende motor zonder
gas te geven.De geluidssterktemeter geeft 75 dB aan.Peter heeft precies zo’n zelfde
brommer.Hij zet zijn brommer met draaiende motor naast die van Hans.
Hans denkt dat de geluidssterktemeter nu 150 dB zal aangeven.Peter verwacht dat de
meter veel minder dan 150 dB zal aangeven.
282pn Wat zal de geluidssterktemeter aangeven?
A 75 dB
B een waarde tussen 75 dB en 115 dB
C een waarde tussen 115 dB en 150 dB
D 150 dB
opgave 17Smelten
Ans en Mieke laten tijdens een practicumles een blokje ijs smelten.
Ans beweert:„De massa van het blokje ijs is kleiner dan de massa van het water dat eruit
ontstaat.”
Mieke zegt:„Het volume van het blokje ijs is kleiner dan het volume van het water dat
eruit ontstaat.”
292pn Wie heeft of hebben gelijk?
A geen van beiden
B alleen Ans
C alleen Mieke
D beiden
opgave 18De elektriciteitscentrale
Bij elektriciteitscentrales wordt de spanning door een transformator omhoog gebracht
naar 380 kV.
Via bovengrondse hoogspanningsleidingen wordt daarna de elektrische energie over grote
afstand vervoerd.
Mark zegt:„De hoge spanning is nodig om een kleinere stroomsterkte te krijgen bij het
energietransport.”
Peter zegt:„De hoge spanning zorgt ervoor dat er minder energieverlies is bij het
transport van de elektrische energie.”
302pn Welke van deze uitspraken is of zijn juist?
A geen van beide
B alleen de uitspraak van Mark
C alleen de uitspraak van Peter
D Beide uitspraken zijn juist.
Een elektriciteitscentrale levert gemiddeld een vermogen van 1000 MW.Een grote
windmolen levert gemiddeld een vermogen van 250 kW.
312pn Hoeveel van deze windmolens zijn er nodig om een centrale van 1000 MW te vervangen?
A 4
B 250
C 400
D 1000
E 4,00·103
F 250·103
opgave 19Hoefijzer
Om een hoefijzer te smeden,verhit een smid het ijzer tot het roodgloeiend is.
Het gloeiende hoefijzer zendt hoofdzakelijk twee soorten straling uit.
321pNoem deze twee soorten straling.
opgave 20Remmen
Ruben rijdt op zijn scooter met een constante snelheid over een rechte weg.Op tijdstip t1
gaat hij remmen totdat hij stilstaat.In figuur 13 zie je vijf (s,t) -diagrammen.
332pn In welk diagram is de plaats van de scooter het beste weergegeven?
A in diagram A
B in diagram B
C in diagram C
D in diagram D
E in diagram E
opgave 21Thermometer
Een thermometer heeft de afleesschaal
uit figuur 14.
342pn Welke temperatuur wijst de thermometer
aan?
A – 3 C
B – 6 C
C –12 C
D –14 C
60
50
40
30
20
10
0
-10
-20
-30
opgave 22Drijven
Een reageerbuisje is gedeeltelijk gevuld met loodkorrels.Bij een practicumproef laat men
dit buisje achtereenvolgens in twee verschillende vloeistoffen P en Q drijven.Zie figuur 15.
352pfiguur 15
yz| yz{|
yz{|
| yz{| yz|
n Vergelijk de opwaartse krachten die het buisje in P en Q ondervindt.
opgave 23{|A De opwaartse kracht in P is kleiner dan die in Q. {|
B De opwaartse kracht in P is even groot als die in Q.
C De opwaartse kracht in P is groter dan die in Q.
opgave 24Gepantserde auto
Sommige belangrijke mensen worden vervoerd in gepantserde auto’s.
Deze auto’s worden bij dezelfde botsing minder ingedeukt dan gewone auto’s.
362pn Heb je in zo’n gepantserde auto ook veiligheidsriemen nodig?
A Ja,er is geen verschil met een gewone auto.
B Ja,vooral in een gepantserde auto heb je zo’n riem nodig.
C Ja,maar in een gepantserde auto is dat minder belangrijk.
D Nee,in een gepantserde auto zijn geen veiligheidsriemen nodig.
Let op:de laatste vraag van dit examen staat op de volgende pagina.
opgave 25Een cardiogram
Iemand krijgt een strook waarop zijn cardiogram staat.Zo’n cardiogram geeft een indruk
van het functioneren van het hart.Een pen registreert de hartslag.Onder de pen wordt
een strook mm-papier doorgetrokken met een snelheid van 25 mm/s.
Een deel van het cardiogram is in figuur 16 op ware grootte weergegeven.
Een piek in deze figuur komt overeen met een klop van het hart.
374pLeid uit de figuur af hoe vaak het hart per minuut heeft geklopt.