examensteller bronnen

natuurkunde havo 1997 · tijdvak 1Overgetypte versie. De opmaak volgt het origineel zo dicht mogelijk, maar is niet het originele zetwerk.

bij dit examen

Natuurkunde Havo 1997-I

opgave 1Opgave 1 Warmwaterinstallatie

Een geiser is een warmwaterinstallatie, waarin koud leidingwater wordt opgewarmd. Anneke meet de
temperatuur van het uitstromende warme water. Deze temperatuur t hangt af van de hoeveelheid
water u die per minuut uit de warmwaterkraan stroomt. In figuur 1 is het verband tussen t en u
weergegeven.
figuur bij de opgave
Anneke laat nu in 5,0 minuten 36 liter verwarmd water uit de kraan stromen.
De temperatuur van dit warme water blijkt 43 °C hoger te zijn dan die van het koude leidingwater.
13p
→ Bepaal de temperatuur van het koude leidingwater. Geef de uitkomst in twee significante cijfers.
24p
→ Bereken het vermogen dat het water in de warmwaterinstallatie heeft opgenomen.

opgave 2Opgave 2 Regenboog

figuur bij de opgave
Een regenboog ontstaat door breking en
terugkaatsing van zonlicht in regendruppels.
Omdat de brekingsindex van water afhangt
van de kleur van het licht, ontstaan de
verschillende kleuren in de regenboog. In
figuur 2 is een bolvormige regendruppel
getekend. In punt A treft een smalle bundel
wit zonlicht (zonnestraal) de druppel. Deze
zonnestraal is niet getekend. In punt A breekt
de zonnestraal onder andere in een rode en in
een blauwe lichtstraal.
In figuur 2 is de loop van de rode lichtstraal
binnen de regendruppel getekend.
Figuur 2 staat ook op de bijlage.
35p
→ Teken in de figuur op de bijlage de invallende zonnestraal bij A. Licht de tekening toe met een
berekening.
Als de rode lichtstraal in punt B bij het grensvlak van water en lucht komt, kan de lichtstraal daar
totaal worden teruggekaatst of er treedt zowel breking als terugkaatsing op. Dit hangt af van de
invalshoek.
43p
→ Ga na of de bij B invallende lichtstraal totaal wordt teruggekaatst.
Bij de breking van de zonnestraal in A ontstond ook een blauwe lichtstraal.
53p
→ Beredeneer of deze blauwe lichtstraal, die uit A komt, de rand van de druppel bereikt tussen A en B of
tussen B en C.
figuur bij de opgave

opgave 3Opgave 3 Door de bocht

62p
figuur bij de opgave
Op een zekere dag rijdt een personenauto op een
horizontale asfaltweg. Tijdens de rit neemt de auto
een cirkelvormige bocht, waarvan M het
middelpunt is. Zie figuur 3.
Deze figuur staat ook op de bijlage.
Zonder wrijvingskracht tussen de banden en de weg
is het rijden op een rechte weg niet mogelijk. Bij
het nemen van een bocht is nog een extra
wrijvingskracht nodig.
→ Teken de richting van deze extra wrijvingskracht in
de figuur op de bijlage.
De extra wrijvingskracht tussen de banden en de
weg kan niet groter worden dan een bepaalde
waarde Fw,max , De grootte van Fw,max hangt af van de grootte van de normaalkracht Fn .
In figuur 4 is weergegeven hoe Fw,max afhangt van Fn .
figuur bij de opgave
De massa van de auto met bestuurder is 920 kg. De straal van de cirkelvormige bocht is 22 m.
75p
→ Bepaal de maximale snelheid waarmee de bestuurder de bocht kan nemen. Geef de uitkomst in twee
significante cijfers.
Even later rijdt de auto op een recht gedeelte van de weg. Plotseling ziet de bestuurder een kind
oversteken. Na een reactietijd remt hij krachtig totdat de auto stilstaat.
In figuur 5 is de snelheid v van de auto gegeven als functie van de tijd t , vanaf het moment t = 0 dat de
bestuurder het kind ziet oversteken.
figuur bij de opgave
84p
→ Bepaal de afstand die de auto vanaf t = 0 aflegt totdat hij stilstaat. Geef de uitkomst in
drie significante cijfers.
94p
→ Bepaal de grootte van de remkracht tijdens het remmen. Geef de uitkomst in twee significante cijfers.
Bijlage:
figuur bij de opgave

opgave 4Opgave 4 Stromende olie

Om de snelheid te bepalen waarmee olie door een buis stroomt, wordt uit een voorraadvat een zeer
kleine hoeveelheid radioactief 24 Na in de olie gespoten. Verderop staan twee detectoren langs de buis,
op een onderlinge afstand van 40 m. Deze detectoren meten de activiteit van de langsstromende olie.
Zie figuur 6.
figuur bij de opgave
Bij elke detector wordt het tijdstip genoteerd waarop de activiteit in de langsstromende olie maximaal
is. Er wordt een tijdverschil van 80 s gemeten.
De dichtheid van de olie is 0,85 ⋅ 103 kg/m3 .
104p
→ Bepaal de massa van de olie die per seconde door de buisdoorsnede stroomt.
113p
→ Geef de vervalvergelijking van 24 Na.
Bij het begin van de metingen is de activiteit van het radioactieve materiaal in het voorraadvat 28 kBq
per cm3 . Het voorraadvat moet vervangen worden als de activiteit per cm3 radioactief materiaal
gedaald is tot 875 Bq.
123p
→ Bereken na hoeveel tijd het voorraadvat vervangen moet worden als er in de tussentijd geen 24 Na uit
het voorraadvat gehaald zou worden.
Iemand werkt 1,5 uur lang dicht bij het voorraadvat met 24 Na.
De activiteit van het 24 Na is gedurende deze periode gemiddeld 2,1 MBq.
Het gedeelte van zijn lichaam dat de straling absorbeert, heeft een massa van 120 g. Slechts 2,3% van
de uitgezonden straling wordt door zijn lichaam geabsorbeerd. Neem aan dat alle β ‑deeltjes de in het
informatieboek BINAS vermelde maximale energie bezitten.
De ontvangen stralingsdosis is de geabsorbeerde energie per kg.
134p
→ Bereken de stralingsdosis die deze persoon ontvangt.
Met de schakeling van figuur 7 kan gemeten worden hoe lang het 24 Na erover doet om van detector 1
naar detector 2 te stromen.
figuur bij de opgave
Het signaal van detector 1 gaat naar comparator 1. Het signaal van detector 2 gaat naar comparator 2.
Op het display van de teller is dan het tijdverschil af te lezen.
In de met een streeplijn aangegeven rechthoek moeten één of meer verwerkers getekend worden.
Voor de beantwoording van vraag 14 moet je één van de volgende vier mogelijkheden kiezen:
→ een OF‑poort
→ een OF‑poort met invertor
→ een EN‑poort
→ een geheugencel.
Figuur 7 staat ook op de bijlage.
144p
→ Teken de gevraagde verwerker(s) met de aansluitingen in de figuur op de bijlage en licht je keuze toe.
Bijlage:
figuur bij de opgave

opgave 5Opgave 5 Dimlicht

Een koplamp van een auto is aangesloten op een 12 V-accu en heeft dan een vermogen van 45 W.
153p
→ Bereken de weerstand die de koplamp krantenartikel dan heeft.

opgave 6In de Volkskrant stond een artikel Dimlicht overdag

over het gebruik van dimlicht Het gebruik van dimlicht overdag vraagt een persoonlijke
overdag. Het dimlicht is de afweging tussen voor- en nadelen. De voordelen in Nederland
normale verlichting van een auto in zijn een bijdrage aan 12 procent verhoogde veiligheid (dat wil
het donker. Lees het artikel dat zeggen gemiddeld 170 doden en circa 5700 geregistreerde
hiernaast verkort is weergegeven. gewonden minder per jaar) en de reductie van eventuele eigen
schade,
Een van de nadelen wordt gevormd door de kosten: jaarlijks
gemiddeld 60 gulden per auto. Hiervan bestaat een deel uit
extra brandstofkosten. Dimlicht overdag kost ongeveer 1%
De benzine die gemiddeld in één seconde meer naar brandstof. de motor van een bepaalde auto stroomt, heeft een
energie van 55 kJ. Het rendement van de energieomzetting in de motor is 20%. Als het dimlicht
brandt, moet de motor een extra vermogen leveren van 100 W. In het artikel wordt gesproken van een
bepaald percentage verhoging van het brandstofverbruik door het rijden met dimlicht overdag.
163p
→ Bereken dit percentage voor deze auto. Geef de uitkomst in twee significante cijfers.
De auto rijdt 15 ⋅ 103 km per jaar bij daglicht, met een gemiddelde snelheid van 60 km/h. Ook bij deze
snelheid is het rendement van de energieomzetting 20%.
Een liter benzine bevat 33 ⋅ 106 J energie.
173p
→ Bereken hoeveel liter benzine de auto per jaar extra verbruikt door het rijden met dimlicht overdag.

opgave 7Opgave 6 Gezichtsbruiner

Een gezichtsbruiner zendt ultraviolette (UV-)straling uit. Het uitgezonden vermogen hangt af van de
golflengte.
Figuur 8 toont het vermogen dat wordt uitgezonden per golflengtegebiedje van 10 nm.
figuur bij de opgave
Uit de grafiek blijkt bijvoorbeeld dat de fotonen met een golflengte tussen 320 nm en 330 nm samen
een vermogen hebben van 3,10 W Gemiddeld heeft een foton uit dit golflengtegebiedje een energie
van 3,8 eV.
183p
→ Bereken het aantal fotonen dat per seconde door de lamp in het genoemde golflengtegebiedje wordt
uitgezonden.
De golflengte van de fotonen waarvan er het meeste worden uitgezonden bedraagt 345 nm.
193p
→ Bereken de energie van zo'n foton.

opgave 8Opgave 7 Luidspreker

In een luidspreker bevindt zich een spoeltje in het veld van een ringmagneet. Zie figuur 9.
Figuur 9b is een vooraanzicht van dit deel van de luidspreker.
Het spoeltje beweegt heen en weer als er een wisselstroom doorheen loopt.
figuur bij de opgave
Op een zeker moment loopt de stroom door het spoeltje zoals in figuur 9b met pijltjes is aangegeven.
Hierdoor ondervindt het spoeltje een kracht.
203p
→ Beredeneer of die kracht in punt P van figuur 9b het papier uit of het papier in is gericht.
Het spoeltje heeft 65 windingen. De diameter van het spoeltje is 2,6 cm. Op de plaats van het spoeltje
heeft het magneetveld een sterkte (magnetische inductie) van 1,24 T.
Op een zeker moment ondervindt het spoeltje een kracht van 7,8.10‑2 N.
214p
→ Bereken de sterkte van de stroom die dan door het spoeltje loopt.
De luidspreker wordt aangesloten op een toongenerator en brengt een toon voort met een frequentie
van 125 Hz. De toongenerator levert een sinusvormige wisselspanning met een maximale waarde Vmax
van 2,3 V.
223p
→ Teken in de figuur op de bijlage het verloop van deze wisselspanning in het tijdsinterval van 0 tot
15 ms.
234p
De luidspreker, die nog steeds een toon voortbrengt met een
frequentie van 125 Hz, wordt nu boven een buis geplaatst, die
gedeeltelijk met water is gevuld. Zie figuur 10.
De afstand van het wateroppervlak tot de bovenkant van de buis
noemen we x . Bij bepaalde waarden van x ontstaan staande
golven in de luchtkolom boven het water. Op het grensvlak van
water en lucht ontstaat altijd een knoop. De buik die bij het open
uiteinde ontstaat, ligt 2,4 cm boven de rand van de buis.
De temperatuur van de lucht is 20 °C.
→ Bereken de kleinste afstand x waarbij resonantie optreedt. Geef
de uitkomst in drie significante cijfers.
figuur bij de opgave
Bijlage:
figuur bij de opgave

opgave 9Opgave 8 Schakeling

Opmerking vooraf. In deze opgave wordt een aantal malen het woord spanning gebruikt.
Met spanning wordt steeds bedoeld de spanning ten opzichte van een geaard punt.
In figuur 11 is een elektrische schakeling getekend, waarin drie weerstanden zijn opgenomen.
De schakeling is een verwerken: de punten A en B zijn ingangen, het punt E is de uitgang.
De spanning van punt D in de verwerker is constant ‑5,0 V
figuur bij de opgave
Situatie 1
Alléén op ingang A wordt een hoog signaal van +5,0 V gezet.
Op de punten B en E wordt niets aangesloten.
De spanning van E, dus ook de spanning van C, blijkt dan ‑1,0 V te zijn.
243p
→ Bereken, gebruikmakend van de gegevens van figuur 11, de stroomsterkte door R1 .
254p
→ Bereken de waarde van R3 .
Situatie 2
Nu wordt zowel op A als op B een hoog signaal (+5,0 V) gezet.
De spanning van E, dus ook van C, blijkt dan +0,70 V te zijn.
Er wordt een transistor op de uitgang van de verwerken aangesloten, zoals in figuur 12 is getekend.
Punt F is de uitgang van de transistor.
figuur bij de opgave
De transistor schakelt bij +0,3 V.
263p
→ Leg uit of de uitgang F van de transistor nu hoog of laag is.
Einde.